Depressie, Self-disclosure en Metaprogramma’s
Begrippen: Adolescenten, depressie, self-disclosure, NLP metaprogramma
Samenvatting In het licht bezien van een toenemende aandacht voor het onderkennen van depressies bij jongeren en het ontwikkelen van behandelingsmethoden voor adolescenten met depressie beschrijft dit kwantitatief exploratief onderzoek mogelijke relaties tussen depressie, self-disclosure ten opzichte van ouders en metaprogramma’s bij 161 vrouwelijke adolescenten in de leeftijd 12 tot en met 20 jaar. De respondenten hebben een vragenlijst ingevuld die is samengesteld uit onderdelen van de gevalideerde vragenlijsten Radloff’s CES-D (1977) voor het meten van depressie en de door Finkenauer, Engels en Meeus (2002) ontwikkelde vragenlijst om self-disclosure in kaart te brengen alsmede 21 opgestelde items om de metaprogramma’s te meten. De metaprogramma’s direction filter, frame of reference, action filter en relationship filter worden onderzocht.
De resultaten tonen aan dat er een significante middelmatige samenhang bestaat tussen depressie en self-disclosure, depressie en het action filter metaprogramma, self-disclosure en het action filter metaprogramma en self-disclosure en het frame of reference metaprogramma. Self-disclosure heeft zowel een medierend als modererend effect op het verband tussen metaprogramma’s en depressie. In de lineaire regressieanalyse tussen depressie en de vier gemeten metaprogramma’s valt de rol van het metaprogramma action filter op als verklarende factor voor depressie. Uit dit onderzoek blijkt voorts dat adolescenten van het vrouwelijk geslacht met een hoge score op self-disclosure (veel openheid) en een hoge score op het metaprogramma action filter (proactief) in de regel laag scoren op depressie. Dit roept de vraag op of door middel van aanpassing binnen het action filter metaprogramma verandering in de mate van self-disclosure en de mate van ervaren depressie bij de adolescent teweeg gebracht kan worden.
In het verlengde van dit onderzoek wordt vervolgonderzoek aanbevolen naar (1) de toetsing van de hypothese dat adolescenten van het vrouwelijk geslacht met als voorkeur proactief handelen (binnen het metaprogramma action filter) een lagere kwetsbaarheid kennen met betrekking tot de ziekte depressie dan de vrouwelijke adolescenten met een reactieve of inactieve basishouding, (2) de hypothese dat adolescenten van het vrouwelijk geslacht die zelden uit zichzelf hun gedachten, gevoelens en ervaringen delen met hun ouders of verzorgers een grotere kans op depressie hebben dan vrouwelijke adolescenten die vaak uit zichzelf hun gedachten, gevoelens en ervaringen delen met ouders of verzorgers, (3) de rol van alle te onderscheiden metaprogramma’s in relatie tot het voorkomen van depressie en (4) de invloed van coaching op het gebruik van het metaprogramma action filter op het voortbestaan van depressie bij een te onderzoeken groep vrouwelijke adolescenten met de diagnose depressie.
Download De Scriptie :Depressie, Self-disclosure en Metaprogramma
Depressie, Self-disclosure en Metaprogramma’s
|