Chemisch geluk

13-03-2008 Chemisch geluk
Bron:www.intermediar.nl

‘Mensen zien depressie als griep, maar dan in je hoofd'Nederlanders zijn massaal aan de antidepressiva, omdat onze lat voor geluk hoog ligt. ‘Het is geen aanstellerij, mensen lijden er echt onder als ze naar hun idee tekortschieten.' Maar zijn medicijnen altijd de oplossing?

Sebastiaan (22) werkt op projectbasis in de marketing en automatisering voor telecombedrijven. Een jaar geleden maakte zijn vriendin het uit, waarna hij vluchtte in zijn werk. Tot hij instortte: hij sliep slecht en werd somber. Zijn huisarts schreef antidepressiva voor. ‘Bij mij op kantoor houden veel mensen zichzelf met dergelijke pillen op de been. Het werk is prestatiegericht en levert veel stress op: problemen moeten altijd meteen opgelost worden, vaak 's nachts.'

Vorig jaar slikten één miljoen Nederlanders antidepressiva (zie kader). Daarmee waren het de meest voorgeschreven geneesmiddelen. Het gebruik verdubbelde de afgelopen zeven jaar. Twee keer zoveel vrouwen als mannen slikken deze medicijnen. De piek voor depressie ligt tussen het twintigste en dertigste levensjaar, maar ook veertienduizend jongeren gebruiken antidepressiva.

Dat zoveel jongeren depressief zijn is nieuw, zegt Aly van Geleuken, psychologe en hoofd van het Depressie Centrum van het Fonds Psychische Gezondheid. Zij vermoedt dat dit komt doordat ouders onvoldoende tijd nemen om écht aandacht aan hun kinderen te besteden. ‘Veel jongeren missen een klankbord. Hun ouders hebben het vooral druk met zichzelf.' Bij volwassenen speelt eenzaamheid een rol: de individualisering betekent minder emotionele steun van familie en buurtgenoten. Ook de ontkerkelijking helpt niet. ‘Het geloof bood voor een bepaalde groep houvast. Niet iedereen is toegerust om zelf met levensvragen om te gaan.' Daarnaast ervaren veel mensen een hoge druk om te presteren. ‘Vooral jonge vrouwen lopen vaak vast, omdat ze én een goede moeder en partner willen zijn, én willen werken, én sociaal actief willen zijn.'

Stress speelt een hoofdrol bij het ontstaan van een depressie, aldus Brenda Penninx, hoogleraar epidemiologie van psychiatrische aandoeningen aan het VU Medisch Centrum in Amsterdam. Vaak ontstaat die daarom na een ingrijpende gebeurtenis als een sterfgeval of scheiding. ‘Opmerkelijk genoeg is nog ontzettend weinig over de precieze mechanismen bekend. Zeker als je nagaat wat de kosten voor de maatschappij zijn.'

Penninx is wetenschappelijk directeur van het NESDA-onderzoek (Nederlandse Studie naar Depressie en Angst). Dit samenwerkingsverband van onder andere de VU en het Trimbosinstituut wil die mechanismen de komende jaren blootleggen. Bijvoorbeeld door proefpersoenen, zowel depressief als eenmaal weer hersteld, door een fMRI-scanner te halen om zo verschillen in hun hersenactiviteit te ontdekken.

De huidige antidepressiva richten zich op een verstoring op neurotransmitterniveau, vooral in de serotonine-huishouding, maar ook die van noradrenaline en dopamine. Er komen echter steeds meer aanwijzingen dat het bij depressie mogelijk ook draait om een verstoring van een ander stresssysteem, namelijk de HPA-as (hypothalamus-hypofyse-bijnier), waarbij het stresshormoon cortisol de hoofdrol speelt. De huidige medicijnen werken bij zestig procent van de patiënten met een ernstige depressie; bij mensen met een lichte depressie is de werking omstreden. Uit een vorige week gepubliceerd onderzoek - een meta-analyse van 35 studies naar het gebruik van vier soorten antidepressiva blijkt dat de medicijnen bij hen weliswaar kunnen helpen, maar vooral dankzij een placebo-effect.

Penninx: ‘Het juiste medicijn zoeken gebeurt nu op basis van trial and error. Met behulp van het NESDA-onderzoek willen we kunnen voorspellen wie snel herstelt en wie niet, en wie er baat heeft bij welk type antidepressivum of psychotherapie.' Depressie is geen kwestie van één biologische factor, benadrukt ze. ‘Mensen kunnen een genetische aanleg hebben, maar daarnaast spelen persoons- en omgevingsfactoren zeker ook een belangrijke rol.'

De term depressie heeft er de afgelopen tien jaar een nieuwe betekenis bij gekregen, stelt Trudy Dehue, hoogleraar wetenschapstheorie aan de Rijksuniversiteit Groningen, in haar in mei 2008 te verschijnen boek De depressie-epidemie. Over de plicht het lot in eigen hand te nemen. Uit haar onderzoek blijkt dat het ideaal van maakbaarheid verschoven is van de maatschappij naar het individu. ‘Competitie is belangrijker geworden, de verzorgingsstaat oude stijl bestaat niet meer. Vroeger zagen we omstandigheden zoals afkomst als de oorzaak voor voorspoed en ellende. Sinds de jaren negentig zijn geluk en succes onze eigen verantwoordelijkheid. Wie geen succes heeft is een "loser". Dus werken we massaal aan onze prestaties, zowel van ons lichaam als van ons brein. Gelukkig zijn is daarmee een project geworden.'

Volgens Dehue is er hierdoor een nieuwe categorie depressieven bijgekomen: een groep die een antidepressivum gebruikt om beter te functioneren, als een soort lifestyle-drug. Onze lat voor goed functioneren ligt hoog: mensen vinden eerder dat ze onaanvaardbaar somber zijn. Toch moeten we dit niet afdoen als verwendheid, vindt ze. ‘Het is geen aanstellerij, mensen lijden er echt onder als ze naar hun idee tekortschieten.'

Wat volgens haar meespeelt, is dat de oorzaak van depressie de laatste jaren sterker gezien wordt als een biologisch probleem, een verstoorde stofwisseling in het brein. Haar vader, die na een hersenbloeding in het verpleeghuis terechtkwam, kreeg daar een antidepressivum toegediend. ‘Ik vond het schokkend dat men ook daar biologisch over depressie denkt. Hij had geen eigen slaapkamer en mocht niets meenemen van huis. De verpleging had geen tijd om zijn iPod met klassieke muziek aan te zetten en zette hem "gezellig" voor Frans Bauer. Dan is het dus bij wijze van spreken: je neemt iemand zijn kanariepietje af en stopt er een pil in.'

De farmaceutische industrie benadrukt ook dat de oorzaak van depressie in de hersenen ligt en bedenkt steeds nieuwe doelgroepen, zoals vrouwen met menstruatieklachten. ‘Nu hameren ze er weer op dat zoveel procent van de mensen alleen maar pijnklachten meldt bij de huisarts, terwijl ze eígenlijk depressief zijn. Zelfs baby's schijnen nu depressief te kunnen zijn.'

Uit Amerikaans onderzoek bleek dat depressie tussen 1990 en 2005 niet vaker voorkwam, terwijl het gebruik van antidepressiva er in die periode verdrievoudigde. Brenda Penninx van NESDA: ‘Ik ben ervan overtuigd dat de situatie in Nederland hiermee vergelijkbaar is. De ziekte depressie komt niet vaker voor, maar er worden wel vaker pillen geslikt.'

Somber zijn we allemaal wel eens, een depressie is iets anders: niets raakt de persoon meer, initiatief ontbreekt, iemand is extreem besluiteloos en kan niet meer functioneren. Verdriet staat niet voorop: de gevoelens zijn vooral vlak.

Huisartsen - die tachtig procent van de recepten uitschrijven - hanteren echter een ruimere definitie: in zestig tot zeventig procent van de gevallen waarbij zij een recept uitschrijven voor antidepressiva hebben mensen geen echte depressie, zo blijkt uit onderzoek van het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (NIVEL) Doelmatig gebruik van antidepressiva in de huisartspraktijk uit 2005. Huisartsen schrijven ook antidepressiva uit tegen angst- en eetstoornissen of milde stemmingsstoornissen en verlegenheid. Van Geleuken: ‘Geluk en gezondheid zijn erg door elkaar gaan lopen. Als mensen zich slecht voelen, verwachten ze dat een therapeut of pil daar meteen een oplossing voor biedt. Onze ouders zijn opgevoed met: "Niet klagen, maar dragen". Deze generatie wil instant geluk: alles moet nu en snel.'

Aan het slikken van pillen kleeft wel een risico, namelijk een jarenlange (vooral psychische) afhankelijkheid. Antidepressiva kennen bovendien weinig vrolijk stemmende langetermijnbijwerkingen als gewichtstoename en libidoverlies. Voor twintig procent blijkt het middel meteen al erger dan de kwaal: zij stoppen binnen een maand vanwege (aanvankelijke) bijwerkingen als droge mond, angst en maagdarmklachten.

Om het massale voorschrijven terug te dringen, hebben huisartsen twee jaar geleden een ander beleid afgesproken: watchful waiting, alert afwachten en patiënten tips geven zoals dagelijks bewegen in de buitenlucht en er met anderen over praten. De helft van de patiënten blijkt daarvan op te knappen. Dit beleid is - ironisch genoeg - ontwikkeld nadat door de wachtlijsten in de GGZ bleek dat nietsdoen effectief was. Desondanks stijgt het gebruik van antidepressiva nog steeds.

‘Ik probeer ook naar een psycholoog te verwijzen, maar daar staat niet iedereen voor open. Mensen plaatsen de oorzaak vaak buiten zichzelf en zien depressie als een soort griep, maar dan in hun hoofd', zegt Harm van Marwijk, huisarts en hoofddocent huisartsgeneeskunde bij het VU Medisch Centrum. Van Marwijk is lid van de commissie die nieuwe richtlijnen voor de behandeling van angst en depressie opstelt. Hoewel velen volgens hem prima op antidepressiva functioneren, schrijft hij ze zo min mogelijk voor. ‘Mensen vinden het lastig om ermee te stoppen, want ze willen niet terugvallen.'

Probleem is dat huisartsen slechts tien minuten per patiënt hebben. Nu ze, conform de nieuwe richtlijnen, nauwer gaan samenwerken met specialisten van de GGZ, zal het makkelijker worden om patiënten te motiveren zelf aan oplossingen te werken, verwacht Van Marwijk. Bij ernstige depressies kunnen medicijnen uiteraard nodig zijn, maar ze bestrijden alleen symptomen. En vaak zelfs dat niet.

Sebastiaan is inmiddels helemaal gestopt met pillen. Van de ene dag op de andere, want hij kreeg zware gezondheidsproblemen: de eerste twee medicijnen was hij nog aan het afbouwen, omdat ze bij hem niet werkten, terwijl zijn huisarts hem al een (te hoge dosis) liet slikken van een derde medicijn, zo stelden een neuroloog en internist vast. ‘Wat ik achteraf vooral erg vind, is dat de GGZ - toen ik mij daar eenmaal meldde - een wachtlijst van drie maanden had. Ze zeiden dat ik voorlopig maar die pillen moest slikken.' Gelukkig vond hij zelf een goede psycholoog. En een nieuwe vriendin.

‘Onze ouders zijn opgevoed met: ‘Niet klagen, maar dragen'. Deze generatie wil instant geluk: alles moet nu en snel'

‘De ziekte depressie komt niet vaker voor, maar er worden wel vaker pillen geslikt'

Antidepressiva
De meest voorgeschreven antidepressiva zijn al jarenlang de SSRI's (selectieve serotonine heropnameremmers). Die remmen de heropname van de neurotransmitter serotonine. Het bekendst is het steeds minder vaak voorgeschreven Prozac. De laatste jaren is vooral Seroxat populair, net als Cypramil en Zoloft. De sterkste stijging zit in nieuwe typen antidepressiva zoals NDRI's die de heropname van de neurotransmitters noradrenaline en dopamine remmen. In die categorie zijn vooral Efexor en het pas sinds 2005 in Nederland voorgeschreven Cymbalta in opkomst.
Voorgeschreven receptenAntidepressiva
2002 : 2003: 2004: 2005: 2006
5,49 : 5,80 : 6,09 : 6,15 : 6,18

Aantal voorgeschreven recepten antidepressiva per jaar. 1 = 1 miljoen voorschriften.
Bron: GIP/College voor zorgverzekeringen (CVZ) 2007

Chemisch geluk

Depressie


footer for Chemisch geluk page